Frank Van Laeken

"Amuseer je, maak kinderen, zie je vrienden en familie graag: dat is de zin van het leven. Meer niet."

(pdw) (1958-2013)

ode aan de onderzoeksjournalist

 

Journalistiek of hoernalistiek? Laten we ons, als journalisten, meeslepen en noteren we gedwee wat we zien en horen, of gaan we zelf op zoek naar het nieuws? Ik behoor tot de tweede categorie. In een moment van grootheidswaan heb ik zelfs even gedacht dat ik de moordzaken op John F. Kennedy, Robert Kennedy en Martin Luther King zou oplossen. Wees niet ongerust: de waan was na een paar maanden verdwenen.

 

De journalisten die als boegbeelden zijn gaan fungeren voor iedereen die diepgravende journalistiek wil plegen, zijn Carl Bernstein en Bob Woodward. Twee youngsters op de redactie van The Washington Post die als bij toeval op het Watergate-schandaal uitkwamen, zich ondanks vele tegenkantingen in het verhaal vastbeten en uiteindelijk de "biggest scoop ever" op hun Remingtons intikten. Het gevolg is geschiedenis: president Nixon moest aftreden.

 

Rolmodellen in de journalistiek:

 

  • Maurice De Wilde
  • Bernstein & Woodward (+ hoofdredacteur Ben Bradlee en uitgeefster Katharine Graham)
  • Walter De Bock
  • Jeremy Paxman
  • Ivan Sonck
  • Edward R. Murrow
  • Gui Polspoel
  • Rudi Vranckx
  • Walter Zinzen
  • Robert Fisk

 

allez maurice

 

 

Ik beschouw Maurice De Wilde als mijn leermeester in de journalistiek: een man die door gewapend beton ging als het moest. Zijn methodes vind ik niet altijd even koosjer - hij zette zijn gesprekspartners vaak onder druk en ensceneerde interviews (als een gewezen collaborateur nog wat nazi-relikwieën in huis had, werden die netjes in het beeldkader gepositioneerd) - maar ik respecteer hem omwille van zijn doorzettingsvermogen en zijn zoektocht naar de Enige Objectieve Waarheid, ook al bestaat die in feite niet. Eerlijkheid, integriteit en onafhankelijkheid - en daar consequent naar handelen - vind ik belangrijk in het leven, of dat nu privé of op het werk is.

 

Over De Wilde zijn talloze anecdotes bekend, een aantal heb ik zelf mogen meemaken. Aan het RITCS gaf hij altijd les in de voormiddag, van 9 tot 13 uur. In de praktijk betekende dit: van kwart voor negen tot ongeveer half twee, zonder onderbreking. Toen mocht je nog roken in de klas, dus bleef de man paffend lesgeven en was een rookpauze niet nodig. Brossen was niet aan de orde, aangezien ik de enige student was in de richting 'Sociale Communicatie'.

 

De Wilde ontzag niets of niemand, ook zichzelf niet. Zo kreeg hij tijdens de opnamen van de eerste collaboratie-reeks zijn eerste van een reeks hartaanvallen. In de volgende jaren stond er altijd een draagberrie en een verpleegster klaar naast de opnameset. Kalmeren deed ie echter niet. Later werd De Wilde ook getroffen door kanker. Maar zelfs dan - uitgemergeld en bijna tandenloos - bleef hij doorgaan.

 

Copyright © All Rights Reserved